Vrij in je hoofd

Vrij in je hoofd
Niemand kan jouw dromen stelen
Niemand kan je ooit verbieden
Om te denken wat je denkt

De dingen die je aandacht schenkt
Zullen groeien, vroeger,  later
Helder als licht en vlug als water
Niemand die je nog beroofd

Van de dromen die je hebt en na kan jagen
Van verlangens die je voelt , soms alle dagen
Als je vrijheid zoekt, je vind het
In je eigen hart en hoofd

Niets

Niets is niets , dus laat het niets
Want als je het niets tot iets gaat maken
Dan noem je niets dan tóch weer iets
Om het makkelijk te maken:

Niets blijft niets, wanneer je niets
Geen aandacht geeft, dat het geen naam heeft
Als je niets niet noemt, wordt het nooit íets
Ik hoop dat u hier iets aan heeft

Even dacht ik

Even dacht ik : ‘er komt regen!’
Maar het valt mee, een paar spetters
En weer droog
Nog steeds wel, is het iets te koud
Voor deze tijd van ‘t jaar

Zelfs met de donkere wolken aan de hemel
En de kou, zojuist beschreven
Zit ik hier , met veel plezier
Ik kan er kortom wel mee leven

Want nog steeds is het de plek
Waar ik rust vind , na kan denken
En van een ongekende schoonheid
Zoals je die maar zelden ziet

Even dacht ik : ‘er komt regen !’
Maar zoals nu, kan ik er tegen
En blijf ik toch maar rustig zitten
Zolang het spettert , en niet giet

Geuren

Geuren roepen soms vanuit het reservoir van je geheugen
Herinneringen op,  waarvan je zelf niet eens meer wist , dat je ze had
Een geur die je weer denken doet
Aan iemand die je had ontmoet
Aan een plek, gebouw, een school
Of aan een stad

De geur van een sigaar, die opa rookte
De geur van hoe het altijd rook, als ‘t net geregend had
Nadat het dagenlang alleen maar warm en zonnig geweest was
Die geur, die je wel kent, maar hoe omschrijf je dat ?

De geur van gras , pas vers gemaaid
Die je doet denken aan een nieuw seizoen
Samen met je teamgenootjes
Worden we eindelijk kampioen?


Zo zijn er duizend geuren die je wereld kleuren
En je soms, heel eventjes in gedachten weer terugbracht
Naar een moment,  ontmoeting of een plek
Die je haast al bijna was vergeten
Of in elk geval , al lang niet aan had gedacht

Koning

Elke dag ben ik een koning
Ik heb te eten , ‘ k heb een woning
Ik ben nog altijd goed gezond
Opgestaan in de morgenstond

En kijk ik buiten, zie de zon schijnt
En als ie savonds weer verdwijnt
Geniet ik ook nog van de maan
En sterren die aan de hemel staan

En soms loop ik wel een uur
Op mijn gemak door de natuur
En langs kastelen en paleizen
En mag ik mij gelukkig prijzen

Dat ik hier alles heb voor het leven
De vrijheid,  die me is gegeven
Voelt als mijn eigen koninkrijk
Alles wat ik heb maakt me de koning te rijk

Vul mijn hart

Vul mijn hart met liefde als een vijver
Tot de rand gevuld,  en ga gerust daar overheen
Treed buiten je oevers , overspoel me
Totdat we zwemmen, en niet zinken
Tot de rand en meer, net niet verdrinken
En daarna drogen in de zon in zomerdagen
Zonder kleren aan,  puur en naakt
Open te zijn
In elkaar kunnen verzinken
Urenlang
Tot we de zon zien ondergaan
En sterren aan de hemel staan
En ook die mooie volle maan
Dan samen verder zullen gaan

Meetlat

De meetlat is te hoog gelegd
De moraal ,die je wilt preken
Slaat je vroeg of later toch in je gezicht
Je kan heel makkelijk achter schermen roepen :
‘ Ik zou nooit….’ , nou , vul maar in
Het heeft geen zin
Want vroeg of laat
Weet je,  waar je zelf staat
En heb je al weer iets gedaan
Waarvan je dacht , het nooit te doen
Met je meetlat, je fatsoen
Van achter schermen, held en kampioen
Wat je toch niet moet vergeten
Dat iedereen ook maar wat aanklooit
En het ook niet loopt te weten

In de stilte van de nacht

In de stilte van de nacht
Neem ik mee, dat wat ik nog moet verwerken
Moet uitzoeken, en rangschikken
Als een kast, vol met boeken
Die nog niet op kleur staan

Woorden hebben altijd betekenis
Niets is leeg, niet ingevuld, of zonder smaak
De rangschikking is in de maak
Misschien nog een nachtje over slapen

De dingen bij elkaar te rapen
Soms zijn het scherven
Soms de stenen voor een nieuw te bouwen droom
Waar het startpunt is, of waar ik uit zal komen
Niemand die het weet
Ook ik niet

Het zijn gewoon de duizend dingen
Die in de stilte van de nacht
Wachten tot ze ergens landen
Tot je de plek, volgorde ziet

Vroeger had ik nog geen vroeger

Vroeger had ik nog geen vroeger
Want vroeger was te kort geleden
De dingen die we samen deden
Waren bij wijze van spreken gisteren nog

Nu is vroeger pakweg dertig jaar geleden
En dertig jaar geleden,  was ik ook al iemand
Geen baby, maar echt een persoon
Die al voelde,  en beleefde
En die toen zorgde dat ik nu
Herinneringen heb

Vroeger had ik nog geen vroeger
Meestal alleen maar gisteren,  en vandaag
En morgen pas , bij het ontwaken
En later had ik ook al niet
Later dat kwam later wel
Eerst maar eens zorgen, voor vandaag
Zodat ik later ook een vroeger had
Of heb
Begrijp je wel?

Plastic versie van jezelf

Van mij mag iedereen écht alles
Zolang je niet een ander schaadt
Soms heb ik wel mijn vraagtekens
Over hoe het toch bestaat

Mensen posten elke dag
Een plastic versie van zichzelf
Als fitgoeroe  in sportkleding
En iedere maaltijd,  heel gezond
‘ Zó heb ik dit lijf gekregen ‘
Maar ik kwam je laatst nog tegen…

..in de stad
Je dronk, je rookte,  at een hele zak patat
En dat is je zeer gegund
Maar waarom dan
Die plastic versie van jezelf
Niemand zal het je kwalijk nemen
Als je gewoon jezelf wezen kan